Gedragscode kattengedragstherapeuten

vrouw schrijft iets op

Deze gedragscode beschrijft de normen en waarden die belangrijk zijn voor het professioneel uitoefenen van het vak kattengedragstherapeut. De code biedt richtlijnen voor beroepshouding en werkwijze, en bevat toetsbare criteria voor het professioneel handelen.

🔹 Algemene uitgangspunten

De kattengedragstherapeut:

  • beschikt over een diploma van een SPPD- of Dierbaar-geaccrediteerde opleiding;

  • verricht geen nevenactiviteiten die strijdig zijn met deze gedragscode;

  • maakt voorafgaand aan het consult duidelijk in welke hoedanigheid het consult plaatsvindt, wanneer hij/zij ook actief is in een ander vakgebied*;

  • houdt gedragstherapeutische consulten strikt gescheiden van eventuele andere werkzaamheden*.

*) Voorbeelden van andere vakgebieden: (homeopathisch) dierenarts, natuurgeneeskundig therapeut, dierentolk, dierentrimmer, dierentrainer, etc.

🔹 Werkwijze en behandelvisie

De kattengedragstherapeut:

  • stelt het welzijn en de gezondheid van het dier centraal bij elke behandeling;

  • maakt bij elk consult een objectieve analyse van het gedrag op basis van prikkels en motivatie;

  • houdt bij het behandelplan rekening met de leefomstandigheden en mogelijkheden van de cliënt en diens huishouden;

  • hanteert in de kern positieve trainingstechnieken.

Toelichting: Positieve trainingstechnieken zijn gericht op het belonen van gewenst gedrag (positieve bekrachtiging) en het voorkomen of verminderen van ongewenst gedrag. In sommige situaties kunnen ook andere technieken zoals negatieve bekrachtiging of positieve correctie worden toegepast, mits dit het welzijn van het dier niet schaadt. Maar dit wordt indien mogelijk vermeden.

🔹 Professionele samenwerking

De kattengedragstherapeut:

  • stelt zich collegiaal op richting andere gediplomeerde therapeuten;

  • onthoudt zich van negatieve uitlatingen over collega’s;

  • draagt actief bij aan de voortdurende professionalisering van het vakgebied;

  • werkt waar nodig samen met dierenartsen, en overlegt met hen over het behandelplan wanneer dat relevant of noodzakelijk is.