Bengalen en gedragsproblemen worden regelmatig in één adem genoemd. Maar zijn bengalen werkelijk problematischer dan andere katten, of spelen ras, verwachtingen en leefomgeving een grotere rol? Voor haar afstudeerscriptie kattengedrag aan de Tinley Academie onderzocht Hanny Roskamp dit aan de hand van een enquête onder eigenaren en casussen van Tinley-gedragstherapeuten. Britse kort- en langharen dienden daarbij als vergelijking.
Dat eigenaren van bengalen vaker hulp zoeken voor gedragsproblemen, betekent niet automatisch dat het ras zelf problematischer is. De leefomgeving, verwachtingen en individuele kat spelen mee.
Hebben bengalen vaker gedragsproblemen?
Op basis van dit onderzoek kun je niet concluderen dat bengalen als ras problematischer zijn dan andere katten. Wel valt op dat eigenaren van bengalen opvallend vaak professionele hulp zoeken voor gedragsproblemen en dat problemen met plassen buiten de kattenbak en urinemarkeren in deze onderzoeksgroep veel werden gemeld.
Een populair ras, en meer meldingen van gedragsproblemen
Bengalen – raskatten die bekendstaan om hun mooie panterprintje – zijn de afgelopen twintig jaar steeds populairder geworden. In 2025 was naar schatting 4 procent van de verkochte raskatten een bengaal. Daarmee komt het ras in populariteit op de vijfde plaats, na de Britse kort- en langhaar, de Maine Coon, de Ragdoll en de Siberische kat.
Nu meer mensen een bengaal hebben, wordt er vooral online regelmatig melding gemaakt van gedragsproblemen. Ook wordt er gespeculeerd dat bengalen agressief of onrustig zouden zijn.
Is dat puur omdat er meer bengalen zijn? Is deze actieve en levendige kat niet geschikt als huisdier? Ligt het aan de eigenaren, aan de wilde voorouders – de bengaal is generaties geleden ontstaan uit kruisingen tussen Aziatische luipaardkatten en raskatten – of lijkt er vooral meer aan de hand dan er werkelijk is?
Dat was het onderwerp van mijn afstudeerscriptie kattengedrag aan de Tinley Academie. Om tot onderbouwde uitspraken te komen, werden Britse kort- en langharen, hierna Britse kortharen genoemd, als vergelijking genomen. De gegevens werden op twee manieren verzameld: via een enquête onder eigenaren en via casussen die door Tinley-gedragstherapeuten waren behandeld.
Eigenaren van raskatten zoeken vaker hulp
Eigenaren van zowel Britse kortharen als bengalen kloppen vaker aan bij een gedragstherapeut dan eigenaren van katten zonder ras of stamboom. Bij Britse katten is dat ruim twee keer vaker dan je op grond van hun aandeel in het totale kattenbestand zou verwachten. Bij bengalen is dat ongeveer elf keer vaker.
Mogen we nu veronderstellen dat raskatten problematischer zijn dan andere katten? Nee, dat is veel te kort door de bocht.
Er zijn verschillende mogelijke verklaringen voor deze cijfers. Eigenaren van raskatten willen en/of kunnen mogelijk meer geld uitgeven aan hun katten, waardoor zij bij problemen eerder overwegen naar een gedragstherapeut te gaan.
Raskatten worden ook vaker binnen gehouden. Daardoor ziet een eigenaar mogelijk eerder dat zijn kat een probleem heeft. Tegelijkertijd kan het risico op bepaalde problemen groter zijn als een binnenkat onvoldoende mogelijkheden heeft om natuurlijk kattengedrag te vertonen. Dat kan samenhangen met frustratie en verveling.
Kortom: op basis van deze cijfers kunnen we niet zeggen dat raskatten problematischer zijn. Hooguit dat de manier waarop zij worden gehouden een rol kan spelen. Wel zien we een verschil tussen bengalen en Britse kortharen dat we niet kunnen verklaren: eigenaren van bengalen zoeken opvallend vaak professionele hulp voor gedragsproblemen.
Welke problemen werden gemeld?
Als we kijken naar het type problemen, zijn de resultaten nog opmerkelijker. Bij bengalen waren dat respectievelijk buiten de kattenbak plassen (74,5 procent), agressie naar katten (25,5 procent) en markeren met urine of sproeien (15,7 procent). De percentages tellen op tot meer dan 100 procent, omdat er bij één kat meer dan één probleem kan spelen.
Bij de rustige, als knuffelbeer bekendstaande Britse korthaar zien we op de eerste plaats agressie naar katten (42 procent), gevolgd door buiten de kattenbak plassen (23,5 procent) en agressie naar mensen (21 procent).
Britse kortharen en agressie
De opvallendste conclusie is misschien wel: Britse kortharen, agressie naar katten én mensen? Hoe kan dat?
Mogelijk spelen het gedrag en de verwachtingen van de eigenaar hierbij een rol. Iemand die het knuffelbare uiterlijk van een Britse korthaar aantrekkelijk vindt en daarop een kat uitkiest, kan teleurgesteld raken als die kat niet zo op knuffelen is gesteld. Er kunnen dan misverstanden ontstaan wanneer de kat zijn grenzen aangeeft.
Ook kan de verwachting zijn dat deze rustige, vriendelijke kat makkelijk een andere kat zal accepteren. Dat valt in de praktijk soms tegen: ook een Britse korthaar is en blijft een kat die niet altijd enthousiast zijn territorium deelt.
Bengalen: opvallend veel problemen met eliminatiegedrag
Wat bengalen betreft, zijn vooral de cijfers voor buiten de kattenbak plassen en urinemarkeren bijzonder hoog. Met een enquête onder eigenaren is geprobeerd daar meer informatie over te krijgen.
Allereerst werden de persoonlijkheden van bengalen en Britse kortharen vergeleken. Een opsteker voor gecontroleerd en verantwoord fokken van katten: de meeste Britse kortharen en bengalen zaten goed in hun vel. Zij scoorden hoog op positief affect. Bij mensen zou je zeggen: ze voelen zich prettig, opgewekt en positief.
Hoewel we vaak horen dat bengalen en Britse kortharen enorm van elkaar verschillen, zagen we dat in deze studie slechts mondjesmaat terug. Het enige dat duidelijk naar voren kwam, is dat bengalen beduidend meer energie hebben en actiever zijn. Hun eigenaren omschreven hen vaker als actief, energiek, avontuurlijk, opgewonden en rusteloos. Wat angst en stress betreft, scoorden beide rassen laag en waren de verschillen minimaal.
Dat neemt niet weg dat de bengalen in deze onderzoeksgroep erg vaak buiten de kattenbak plasten en dat ook vaak sprake was van urinemarkeren. Deze problemen werden bij de Britse kortharen in deze onderzoeksgroep helemaal niet gemeld.
Van de eigenaren van bengalen gaf 17,4 procent aan dat hun kat binnenshuis met urine markeert. Dat is veel meer dan de cijfers uit de gedragsliteratuur, waarin wordt aangegeven dat 5 tot 10 procent van de gecastreerde of gesteriliseerde katten de omgeving met urine markeert.
Splitsen we de bengalen uit naar poezen en katers, dan is het cijfer nog opmerkelijker. Bij poezen is het 4,3 procent, wat in overeenstemming is met wat in genoemde studies wordt gevonden. Bij bengaalse katers in deze studie is het maar liefst 25,6 procent. Bovendien is dit verschil statistisch onderbouwd. We mogen dus concluderen dat er in deze onderzoeksgroep iets aan de hand is met bengalen en hun eliminatiegedrag.
Jagen op andere katten in het huishouden werd bij Britse kortharen ook nagenoeg niet gezien. Bovendien werd agressie naar mensen door eigenaren van bengalen in de enquête wel gerapporteerd, terwijl hiervoor bijna nooit een gedragstherapeut werd geraadpleegd. Bij jagen op andere katten en agressie naar mensen kan verveling een rol spelen, die bij energieke katten eerder kan opspelen. Opmerkelijk is dan weer dat eigenaren bij agressie naar mensen niet zo snel hulp zoeken. Ook dat kan te maken hebben met verwachtingen: mijn bengaal is nu eenmaal een beetje fel, dat hoort bij het ras.
Waarom plassen bengalen vaker buiten de bak?
Waarom komen buiten de kattenbak plassen en urinemarkeren zo vaak voor bij bengalen? Gaat het om stress, aangeboren aanleg of territorium? Het is zeer onwaarschijnlijk dat eigenaren van bengalen de kattenbakken minder goed schoonmaken dan eigenaren van Britse kortharen. In dit onderzoek werd bovendien geen relatie gevonden tussen stress en buiten de kattenbak plassen.
Voordat je gedrag als verklaring zoekt, is het bij iedere kat die buiten de kattenbak plast of urine markeert belangrijk om eerst medische oorzaken door een dierenarts te laten beoordelen.
Wat is er dan aan de hand? Buiten de kattenbak plassen – in een zittende houding een grote plas doen – kan een vorm van territoriaal markeren zijn. Mogelijk speelt dit mee, want uit deze en andere studies weten we dat het territoriale instinct van bengalen sterker is dan gemiddeld. Als territorium een rol speelt, betekent dat dat we extra zorgvuldig moeten kijken naar de omgeving waarin een bengaal leeft. Risicofactoren kunnen bijvoorbeeld een huishouden met meerdere katten of veel katten in de directe omgeving zijn.
Maar mogelijk is er nog een verklaring. Misschien gaat het om een aangeboren eigenschap die een deel van de bengalen, samen met het mooie vlekkenpatroon, per ongeluk heeft geërfd van hun exotische voorouder: de Aziatische luipaardkat.
Een Amerikaans opvangcentrum voor hybriden geeft onomwonden aan dat onbetrouwbaar kattenbakgebruik een groot probleem is bij de eerste generaties kruisingen tussen huiskatten en Aziatische luipaardkatten. The Wildcat Sanctuary noemt het niet gebruiken van de kattenbak zelfs als een belangrijke reden om bengalen af te staan.
Huiskatten stammen af van de Felis lybica, een woestijnkat waarvan de natuurlijke omgeving voor een groot deel uit zand bestaat. Daarop zijn de voor ons vertrouwde kattenbakgewoonten gebaseerd. De Aziatische luipaardkat leeft onder meer in tropische bosgebieden, waar de bodem bestaat uit aarde, bladeren en ander organisch materiaal. Luipaardkatten gebruiken vaste plekken om te plassen en te poepen, maar een door de mens gekozen bak met kattenbakvulling is natuurlijk iets heel anders.
Misschien zijn sommige bengalen daardoor kritischer op de ondergrond of de toestand van hun kattenbak. Of dit werkelijk de reden is dat bengalen vaker buiten de bak plassen, zou nader onderzocht moeten worden.
Wat betekent dit voor eigenaren, fokkers en gedragstherapeuten?
Voor gedragstherapeuten kan het zinvol zijn om een zindelijkheidsprobleem bij een bengaal anders aan te vliegen dan gebruikelijk. Kijk niet alleen naar de kattenbak en mogelijke spanning, maar ook zorgvuldig naar territorium, de leefomgeving en de individuele voorkeuren van de kat.
Voor eigenaren blijft een goede leefomgeving belangrijk. Zorg dat een actieve kat mogelijkheden heeft om te spelen, te klimmen, te jagen, te rusten en zich zo nodig terug te trekken. In een huishouden met meerdere katten is het extra belangrijk dat iedere kat toegang houdt tot voorzieningen en veilige routes.
Verder zou het zinvol zijn als fokkers belangstelling tonen voor dit probleem en proberen te achterhalen of er foklijnen zijn waarin problemen met eliminatiegedrag vaker voorkomen. Daar zou vervolgens op geselecteerd kunnen worden, wat uiteindelijk ten goede komt aan het welzijn van de bengaal én zijn blikopener.
Lees het volledige onderzoek hier.
Hulp nodig bij plassen buiten de kattenbak of spanning tussen katten?
Plast je kat buiten de kattenbak, markeert hij met urine of is er sprake van spanning met andere katten in huis? Laat medische oorzaken altijd eerst beoordelen door een dierenarts. Daarna kan een kattengedragstherapeut meekijken naar de leefomgeving, de kattenbakvoorzieningen, mogelijke spanning en de behoeften van jouw kat.
Misschien vind je dit ook interessant?
Artikel: Kattenbakken
Plassen of poepen buiten de kattenbak kan verschillende oorzaken hebben. In dit artikel lees je wat onderzoek zegt over de grootte, vulling, hygiëne en plaats van de kattenbak.
Artikel: Nieuwe kat introduceren: stappenplan voor een rustige kennismaking
Spanning tussen katten kan invloed hebben op hun welzijn en gedrag. Lees hoe je een introductie rustig opbouwt en wanneer je beter een stap terug doet.