Een nieuwe kat introduceren vraagt tijd, rust en een zorgvuldige opbouw. Katten zijn sociale dieren, maar dat betekent niet dat iedere kat vanzelf blij is met een nieuwe huisgenoot. Een te snelle introductie kan leiden tot angst, spanning of conflict. In dit artikel lees je hoe je katten stap voor stap aan elkaar laat wennen, wanneer je door kunt naar de volgende stap en wanneer je juist beter een stap terug doet.
Bij het introduceren van katten geldt: liever langzaam en veilig, dan snel en met spanning. De katten bepalen het tempo.
Waarom een zorgvuldige introductie belangrijk is
In huishoudens met meerdere katten ontstaat spanning vaak na de komst van een nieuwe kat. Juist de introductiefase is dus belangrijk. Een rustige en geleidelijke introductie verkleint de kans op spanning en vergroot de kans dat katten elkaar leren verdragen of, in sommige gevallen, een sociale band opbouwen.
Soms wordt nog geadviseerd om katten “gewoon bij elkaar te zetten” en het zelf te laten uitzoeken. Dat is onverstandig. Als de eerste ontmoeting uitloopt op jagen, vechten of grote angst, kan dat het begin worden van een patroon waarin katten elkaar vermijden, blokkeren of sneller in conflict raken.
Een goede introductie kost misschien meer tijd, maar levert meestal veel meer rust en welzijn op voor de katten én voor jou als eigenaar.
Wanneer is een herintroductie nodig?
Dezelfde stappen kun je ook gebruiken bij een herintroductie. Een herintroductie kan nodig zijn wanneer er een incident is geweest waardoor één of beide katten bang zijn geworden voor de ander. Denk bijvoorbeeld aan een vechtpartij, een plotselinge schrikreactie of redirected aggression, waarbij spanning op een andere kat wordt afgereageerd.
De kans van slagen is het grootst als:
- de katten zo snel mogelijk na het incident van elkaar worden gescheiden;
- de katten voldoende tijd krijgen om te herstellen;
- de katten vóór het incident een goede relatie hadden;
- er geen nieuwe confrontaties ontstaan tijdens de herstelperiode.
Als katten vóór het incident al geen goede band hadden en ernstig met elkaar hebben gevochten, is de kans kleiner dat ze later alsnog vrienden worden. Soms lukt het wel om tot een situatie te komen waarin katten elkaar gedogen en vooral naast elkaar leven. Blijft de spanning hoog, dan kan het voor het welzijn van de katten eerlijker zijn om herplaatsing van één van de katten te overwegen.
Bezint eer ge begint: past een extra kat bij jouw huishouden?
Niet elke kat is geschikt om samen te leven met andere katten. Sommige katten zijn sociaal en zoeken soortgenoten op, terwijl andere katten zich prettiger voelen als enige kat in huis. Als je een nieuwe kat overweegt, moet het welzijn van alle katten in huis centraal staan.
Stel jezelf vooraf de volgende vragen:
- Zijn alle katten gezond en recent gecontroleerd door een dierenarts?
- Is er voldoende ruimte in huis?
- Zijn er genoeg voorzieningen, zoals kattenbakken, voerplekken, waterplekken, krabplekken, rustplekken en schuilplaatsen?
- Past de nieuwe kat bij de bestaande kat of katten qua leeftijd, karakter, speelsheid en gezondheid?
- Heb je een aparte ruimte beschikbaar waar de nieuwe kat veilig kan wennen?
Verwante katten of katten die van jongs af aan samen zijn opgegroeid, leven vaker goed samen. Kittens worden bij voorkeur samen met een leeftijdsgenootje geplaatst, liefst een nestgenootje, tijdens de socialisatieperiode. Volwassen katten kunnen soms ook een band opbouwen, maar dat is minder vanzelfsprekend en vraagt meestal meer tijd.
Hoe lang duurt het introduceren van katten?
De katten bepalen het tempo. Sommige katten accepteren elkaar relatief makkelijk, terwijl andere katten weken tot maanden nodig hebben. Zeker bij volwassen katten is het realistischer om te denken in weken tot maanden dan in dagen.
De tijdsduur hangt onder andere af van:
- leeftijd;
- persoonlijkheid;
- eerdere ervaringen met soortgenoten;
- behoefte aan sociaal contact met andere katten;
- de leefomgeving en beschikbare ruimte;
- de mate waarin de introductie rustig wordt opgebouwd.
Leeftijd
Hoe jonger de kat, hoe sneller en makkelijker hij andere katten vaak accepteert. Twee kittens van ongeveer veertien weken kunnen soms binnen enkele dagen aan elkaar wennen. Bij twee volwassen katten van bijvoorbeeld zes jaar kan de introductie weken tot maanden duren. Soms ontstaat er geen vriendschap, maar wel rustige co-existentie.
Persoonlijkheid
Persoonlijkheid speelt een grote rol. Twee rustige, flexibele katten die conflicten vermijden, wennen vaak sneller aan elkaar dan katten die angstig zijn of snel de confrontatie zoeken.
Eerdere ervaringen met soortgenoten
Goede ervaringen met andere katten kunnen helpen. Slechte ervaringen kunnen de introductie juist vertragen. Een kat die angstig reageert op soortgenoten, bijvoorbeeld door blazen, vluchten of een defensieve houding, kan bij de andere kat ook spanning of agressie oproepen.
Behoefte aan sociaal contact
Sommige katten zoeken actief contact met andere katten. Een geluid dat je daarbij soms hoort, is een trillend geluid tussen miauwen en spinnen in, met gesloten bek. Dit geluid wordt ook gebruikt in de communicatie tussen moederpoes en kittens en bij vriendelijke begroetingen tussen volwassen katten.
Maakt een kat dit geluid bij een gesloten deur of kier, terwijl hij weet dat de andere kat aan de andere kant zit? Dan kan dat een teken zijn dat hij contact wil maken. Let wel altijd op de rest van de lichaamstaal.
Realistische verwachtingen voorkomen overhaasting
De ene introductie verloopt uitzonderlijk snel, de andere duurt maanden. Soms kunnen volwassen katten verrassend snel ontspannen bij elkaar zijn, maar dat is eerder uitzondering dan regel. Andere katten blijven ook na de introductie gebaat bij tijdelijke scheiding, bijvoorbeeld wanneer de eigenaar niet thuis is.
Juist omdat introducties zo verschillend verlopen, is het belangrijk om niet te denken in een vast schema van “elke dag een stap verder”. De reactie van de katten bepaalt of je verder kunt.
Wanneer moet je stoppen of heroverwegen?
Er moet op termijn vooruitgang zichtbaar blijven. Als het proces stagneert door veel spanning of angst bij één of beide katten, en je ziet langere tijd geen verbetering, dan is het eerlijk om te erkennen dat deze combinatie mogelijk niet werkt.
Dat is geen mislukking. Het betekent dat je het welzijn van de katten serieus neemt.
Stappenplan: een nieuwe kat introduceren
Een rustige introductie bouwt contact stap voor stap op. Je gaat pas verder als beide katten ontspannen blijven. Zie het stappenplan als richtlijn, niet als strak tijdschema.
Voor de nieuwe kat thuiskomt
Veilige omgeving voorbereiden
Richt vóór de komst van de nieuwe kat een afsluitbare kamer in. Deze ruimte moet alles bevatten wat de kat nodig heeft:
- een eigen kattenbak;
- voer en water;
- rustplekken;
- schuilplekken;
- krabmogelijkheden;
- speelgoed;
- plekjes van waaruit de kat veilig kan observeren.
Een badkamer of bench is meestal geen geschikte wenruimte. Heb je geen aparte kamer beschikbaar, dan is je huis mogelijk niet geschikt voor een extra kat.
Kalmerende geuren inzetten
Je kunt eventueel 24 tot 48 uur van tevoren feromoonverstuivers plaatsen, bijvoorbeeld in de leefruimte en in de veilige ruimte. Dit is geen garantie op succes, maar kan sommige katten ondersteunen in de overgang.
Beloningen en afleiding voorbereiden
Bedenk vooraf wat voor elke kat werkt als beloning of afleiding. Dat kan voer zijn, spel, aandacht of een favoriete snack. Voor de nieuwe kat kun je informatie vragen aan de vorige eigenaar, fokker of het asiel.
De nieuwe kat komt thuis
Wennen aan de eigen ruimte
Breng de nieuwe kat in een afgedekte reismand direct naar de veilige ruimte. Laat hem zelf bepalen wanneer hij uit de mand komt. Geef hem rust en dring geen contact op.
De nieuwe kat moet eerst wennen aan geluiden en geuren in huis. Zolang hij angstig is of zich verstopt, ligt de nadruk op veiligheid, rust en wennen aan jou.
Je kunt verder als de nieuwe kat zichtbaar meer op zijn gemak is: hij eet, drinkt, gebruikt de kattenbak, rust ontspannen of zoekt contact.
Geuruitwisseling
Geur is voor katten belangrijk. Begin altijd zonder direct contact. Werk met keuze en zonder dwang.
Begin met kleedjes of ligplekken:
- geef beide katten een eigen schoon kleedje;
- leg het kleedje met geur van kat A in de ruimte van kat B, en andersom;
- observeer de reactie.
Als dit ontspannen verloopt, kun je daarna een doekje met kopgeur gebruiken:
- wrijf voorzichtig met een doekje langs de wang of kin van kat A;
- leg dit doekje los in de ruimte van kat B;
- doe hetzelfde andersom;
- dwing de kat niet om eraan te ruiken.
Je kunt verder als de geur van de andere kat geen spanning oproept. Kort snuffelen is prima, zolang de kat daarna weer normaal gedrag laat zien, zoals eten, wassen, slapen of rondlopen.
Ga langzamer als een kat fixeert, verstijft, blaast, gromt, vlucht of daarna zichtbaar gespannen blijft.
Positieve associaties bij de deur
Je kunt de aanwezigheid van de andere kat koppelen aan iets prettigs. Laat beide katten aan hun eigen kant van de gesloten deur iets leuks doen, bijvoorbeeld spelen of iets lekkers eten. Houd sessies kort en stop voordat er spanning ontstaat.
Deze stap werkt het beste met twee personen. Zonder hulp is het lastiger om beide katten tegelijk goed te begeleiden en te observeren.
Om-en-om de leefomgeving verkennen
Laat de nieuwe kat het huis verkennen terwijl de bestaande kat of katten apart zitten. Daarna wissel je om: de nieuwe kat gaat terug naar zijn veilige ruimte en de bestaande kat mag snuffelen en rondlopen.
Deze stap kan enkele dagen tot weken duren. De kat die de meeste moeite heeft met deze stap bepaalt het tempo.
Zien zonder direct contact
Als geuruitwisseling en om-en-om verkennen rustig verlopen, kun je korte zichtmomenten opbouwen. Gebruik bijvoorbeeld een glazen deur, traphekje, hordeur of kierbegrenzer.
Begin met seconden, niet met minuten. Sluit af terwijl het nog goed gaat.
Je kunt verder als beide katten kunnen kijken zonder fixeren, blazen, grommen of vluchten, en daarna snel herstellen.
Stop op het moment dat het goed gaat. Niet pas wanneer de spanning oploopt.
Goede ervaringen moeten zich kunnen opstapelen. Liever tien keer een paar seconden rustig contact dan één lange sessie die alsnog eindigt in angst of conflict.
Kort snuffelen met barrière
Als rustig kijken goed gaat, kun je de deur heel kort op een kier zetten of een stevige barrière gebruiken waarbij kort snuffelen mogelijk is. Houd het moment kort en stop ruim vóórdat er spanning ontstaat.
Je kunt verder als meerdere snuffelmomenten rustig verlopen en beide katten ontspannen blijven.
Eerste ontmoeting met open deur
Kies een rustig moment. Speel eerst apart met beide katten zodat ze wat energie kwijt zijn. Geef ze daarna eten, zodat ze niet hongerig of prikkelbaar zijn. Daarna kun je de deur heel kort openzetten.
Bereid vooraf een “noodrem” voor, zoals een stuk karton of een deken, zodat je katten rustig kunt scheiden zonder met je handen tussen de katten te komen. Zorg ook voor afleiding, zoals een speeltje of iets lekkers.
Voorkom dat de katten naar elkaar toe rennen. Gaan ze grommen, verstijven of fixeren? Blijf rustig, leid kort af, beëindig de ontmoeting en zet de nieuwkomer terug in zijn veilige ruimte.
Houd ontmoetingen liever kort en positief dan lang. Hoe langer je ze bij elkaar laat, hoe groter de kans dat het alsnog misgaat.
Tijd samen rustig opbouwen
Als meerdere korte ontmoetingen goed gaan, kun je de tijd samen langzaam uitbreiden. Verleng de tijd niet te snel en sluit elke ontmoeting af op een goed moment.
Houd de katten gescheiden als je geen toezicht hebt, zolang dat nodig is om spanning te voorkomen.
Samen eten of samen spelen is geen doel op zich. Zeker in de wenperiode is het beter om katten op afstand van elkaar te laten eten en spelen. Laat het initiatief om dichterbij te komen bij de katten zelf.
Wanneer kun je doorgaan naar de volgende stap?
Je kunt doorgaan als:
- beide katten ontspannen blijven;
- de lichaamstaal los en soepel is;
- de katten normaal blijven eten, slapen en de kattenbak gebruiken;
- er nieuwsgierigheid is zonder fixeren of blokkeren;
- contactmomenten eindigen zonder escalatie;
- de katten snel herstellen na contact.
Wanneer moet je pauzeren of een stap terug?
Pauzeer of ga een stap terug als:
- één of beide katten staren, fixeren of verstijven;
- er gegrom, geblaas of uithalen ontstaat;
- één kat de ander achtervolgt of bespringt;
- één kat doorgangen, deuren, kattenbakken of voerplekken blokkeert;
- een kat zich terugtrekt of niet meer durft te passeren;
- je spanningssignalen ziet, zoals slechter eten, slechter slapen, onzindelijkheid, overmatig likken of sproeien.
Twijfel je? Kies dan altijd voor langzamer. Een stap terug is geen mislukking, maar voorkomt dat spanning zich opstapelt.
Wat is een succesvolle introductie?
Een succesvolle introductie betekent niet per se dat katten vrienden worden. Sommige katten slapen uiteindelijk samen en zoeken elkaar op. Andere katten leven vooral naast elkaar, zonder veel direct contact. Ook dat kan een goed resultaat zijn, zolang er geen voortdurende spanning, angst of conflict is.
Het belangrijkste doel is dat alle katten zich veilig voelen, hun normale gedrag kunnen uitvoeren en toegang houden tot belangrijke voorzieningen zoals voer, water, kattenbakken, rustplekken en veilige routes.
Hulp nodig bij spanning tussen katten?
Blijft er spanning tussen je katten, of twijfel je of je door kunt naar de volgende stap? Dan is het verstandig om tijdig hulp in te schakelen. Een deskundige kan meekijken naar lichaamstaal, huisindeling, bronnenmanagement en het tempo van de introductie.
Je kunt via het Katten Kenniscentrum ook zoeken naar een kattengedragstherapeut bij jou in de buurt.
Misschien vind je dit ook interessant?
Artikel: Zal mijn kat een nieuwe kat accepteren?
Niet iedere kat vindt het prettig om met een andere kat samen te leven. In dit artikel lees je welke factoren meespelen bij de kans van slagen, zoals leeftijd, karakter, eerdere ervaringen met soortgenoten en de behoefte aan sociaal contact.
Artikel: De huisvestingsbehoeftes van katten
Een goede leefomgeving is onmisbaar voor katten die samen in één huis leven. In dit artikel lees je welke voorzieningen katten nodig hebben, zoals voldoende kattenbakken, rustplekken, krabplekken, voer- en waterplekken en veilige routes door het huis.
Vind een kattengedragstherapeut
Heb je hulp nodig bij spanning of conflicten tussen katten? Zoek een deskundige via vind een kattengedragstherapeut.