Een binnenkat, of toch ook naar buiten?

Deze vraag bestaat nog helemaal niet zo lang. Historisch gezien konden katten gaan en staan waar en wanneer ze wilden. Ze werden amper beperkt door hun eigenaren. Tot voor kort moesten alle katten naar buiten om hun behoefte te doen. Dit veranderde in de jaren vijftig toen er kattenbakvulling op de markt kwam en de kattenbak geïntroduceerd werd. Omdat de status van de kat geleidelijk veranderde van muizenvanger naar gezelschapsdier houden steeds meer mensen hun katten binnen, bezorgd om hun welzijn. Europa telt de meeste eigenaren die hun katten de mogelijkheid geven om naar buiten te gaan.

Foto: Unsplash – Mehmet Ali Eroglu

Eigenaren hebben diverse redenen om hun katten binnen te houden. Bijvoorbeeld uit bezorgdheid over de invloed die katten hebben op de populatie wilde dieren. Of om te voorkomen dat katten met besmettelijke virusziekten andere katten infecteren of op hun beurt zelf infecties oplopen. Dove katten kunnen ook beter binnen gehouden worden. Ze lopen een groter risico op ongelukken omdat ze verkeer niet horen aankomen. Sommige katten kunnen eenvoudigweg niet naar buiten omdat ze op een flat wonen. Er zijn ook eigenaren die hun katten alleen ’s nachts binnen houden omdat ze menen dat het risico op een aanrijding dan groter is door het verminderde zicht van de bestuurder. Anderen geven hun kat alleen nog maar toegang tot een katveilige omheinde tuin of een ren. Sommige landen hebben zelfs een avondklok waarbij de katten voor een bepaalde tijd binnen moeten zijn.

Er is geen eenvoudig antwoord op de vraag of we onze katten binnen moeten houden of ze naar buiten moeten laten. Elke situatie heeft zijn eigen implicaties voor het welzijn van katte. Voor beide kanten is iets te zeggen. Bij het maken van die beslissing moeten we niet uit het oog verliezen dat iedere kat een individu is met eigen individuele omstandigheden. Hieronder worden een aantal voor- en nadelen van beide soorten woonomstandigheden beschreven en hoe we de risico’s die hiermee samenhangen kunnen verkleinen.

Binnenkatten

Binnenkatten lopen doorgaans minder fysieke risico’s en leven daardoor langer dan katten die ook buiten komen. Ze hebben minder kans op letsel door territoriale geschillen met naburige katten. In stedelijke gebieden kunnen kattenpopulaties namelijk extreem dicht zijn. De ene kat kan beter omgaan met de aanwezigheid van onvriendelijke katten waartegen het territorium verdedigd moet worden dan de andere kat. Dergelijke confrontaties kunnen echter ook binnenshuis plaatsvinden tussen katten die geen lid zijn van dezelfde sociale groep.  

Katten die niet naar buiten mogen worden ook beter beschermd tegen infectieziekten overgebracht door andere katten, zoals FIV (Feline Immunodeficiency Virus), FelV (Feline Leukemie Virus) en FIP (Feline Infectieuze Peritonitis). Daarnaast hebben ze een verminderd risico op bepaalde ongevallen, zoals uit bomen vallen, verkeersongevallen en verdrinking. Verder zijn de katten beschermd tegen potentiële roofdieren zoals honden en tegen mensen die ze opzettelijk willen verwonden of willen stelen.

Veel eigenaren vinden het vreselijk dat hun katten jagen en daarbij wild verwonden of doden. Ze maken zich zorgen over de populatie wilde dieren en kiezen er op grond van hun eigen ethische overwegingen voor om hun katten binnen te houden. Of ze worden onder druk gezet door anderen, zoals buren.

Katten met bepaalde uiterlijke kenmerken kunnen buiten ook nadelen ondervinden. De haarloze Sphynx-kat kan het te koud krijgen of verbranden in de zon. Witte katten lopen meer risico op huidkanker, vooral op hun oren waar de vacht het dunst is. Lang- en halfharige rassen zoals Perzen, Maine Coons, Noorse Boskatten en sommige huiskatten zijn normaal al lastig te onderhouden. De kans op vervilten wordt nog groter als ze blootgesteld worden aan de elementen.

De voordelen van het uitsluitend binnen leven zijn best groot voor een kat, het is echter niet zo ongevaarlijk als het lijkt. Binnen kunnen er ook ongelukken gebeuren. Denk daarbij aan het vallen uit een raam of van het balkon, klem komen te zitten in een kantelraam, vergiftiging door planten, schoonmaakmiddelen of medicijnen, incidenten met wasmachines of droogtrommels, brandwonden, of het eten van vreemde voorwerpen. Bovendien kunnen binnenkatten ontsnappen. In tegenstelling tot katten die buiten gewend zijn hebben ze geen ervaring met verkeer of de omgang met dieren daar. Ze schrikken sneller en kunnen daarbij over een weg rennen of verdwalen.

Een kat die niet buiten mag komen kan naburige katten niet wegjagen als deze zijn tuin binnendringen en voor de ramen langslopen. Hij kan het ruiken als ze tegen de muren van het huis sproeien, maar kan er niet naar toe om zelf ook te markeren. Deze bedreiging van zijn territorium kan bij een binnenkat veel stress veroorzaken.

Wellicht is de bedreiging van het emotionele welzijn van een binnenkat een nog groter risico dan die van het fysieke welzijn. In vergelijking tot de buitenwereld is de omgeving binnen meestal voorspelbaar en veel saaier. Een huis is over het algemeen aangepast aan de behoeften van de eigenaar en niet aan die van de kat. Dat maakt dat de kat binnen maar beperkte mogelijkheden heeft om zijn natuurlijk gedrag te uiten, zoals jagen en exploreren. Dit kan leiden tot een verveelde of gefrustreerde kat.

De problemen die binnenkatten ervaren worden door veel eigenaren niet opgemerkt. Naast verveling en frustratie vormt ook het moeten samenleven van katten die niet bij elkaar passen een groot probleem. Uiteindelijk zullen katten die negatieve emoties ervaren gedrag gaan vertonen waar eigenaren niet blij van worden. Denk daarbij aan het krabben aan meubels, sproeien, meer vocalisaties of agressie tussen de katten binnen het huishouden. Zo ontdekten zowel Heidenbeger (1997) als Amat en collega’s (2009) in hun onderzoek dat eigenaren die hun katten slechts zelden, onregelmatig of helemaal niet buiten lieten, vaker gedragsproblemen bij hun katten rapporteerden dan eigenaren van wie de katten wel regelmatig buiten kwamen. Of dit komt doordat binnenkatten meer last hebben van probleemgedrag of dat eigenaren het gewoon sneller zien, of een combinatie van beide, is tot nu toe niet bekend.
Eigenaren die ervoor kiezen om hun katten binnen te houden, hebben daarom een ​​grotere verantwoordelijkheid om een ​​rijke en stimulerende omgeving aan hun katten te bieden met voldoende uitlaatkleppen voor het uitvoeren van natuurlijk gedrag.

Katten met regelmatige of vrije toegang tot buiten

Het buiten laten van katten kent ook nadelen voor hun fysieke welzijn, de meeste zijn bekend. Denk daarbij aan het oplopen van een schadelijke ziekte, vechten met andere katten, het oppikken van parasieten, vallen, verdwalen, gestolen of ergens opgesloten worden, het innemen van een giftige of schadelijke stof zoals antivries, of kans op letsel door een verkeersongeval.

Net als bij andere doodsoorzaken is de sterfte door een verkeersongeval het hoogst in het eerste levensjaar. Waarschijnlijk komt dit omdat een jonge kat nog geen tijd heeft gehad om de gevaren in zijn omgeving te leren kennen. Uit een onderzoek van Gruffydd-Jones & Murray (2017) bleek dat van de groep katten die betrokken waren bij een verkeersongeval het grootste gedeelte tussen de 6 en 12 maanden oud was. Uit onderzoek van Rochlitz (2003a) bleek dat katten tussen 7 maanden en 2 jaar het grootste risico hadden om betrokken te raken bij een verkeersongeval, en dat voor elk jaar dat een kat ouder wordt de kans met 16% afnam. Er kwam ook naar voren dat katers 1,9 keer meer kans hebben om betrokken te zijn bij een verkeersongeval dan poezen. Van die katers waren er meer intact dan gecastreerd  (Rochlitz 2003a). Katers, en met name de intacte katers, lopen een groter risico op verkeersongevallen omdat ze verder zwerven. Eerder onderzoek suggereert ook dat de meeste ongevallen ‘s nachts plaatsvinden en vaak (in 48% van de gevallen) net buiten of vlakbij het huis van de kat (Rochlitz 2003b).

Er is discussie over welke wegen het gevaarlijkst zijn voor katten. Wegen die constant druk zijn of wegen met die met tussenpozen druk zijn. Rochlitz (2003b) ontdekte dat verhoudingsgewijs meer verkeersongevallen met katten plaatsvonden in gebieden met meer verkeer. Gruffydd-Jones & Murray (2017) ontdekten dat katten die op het platteland wonen, vaker betrokken waren bij een aanrijding dan katten die in steden of buitenwijken wonen. Mogelijk omdat de katten uit die rustige gebieden minder blootgesteld worden aan het verkeer en daardoor minder ‘streetwise’ zijn. Op het platteland rijdt verkeer ook vaak sneller dan stadsverkeer en hebben stedelijke wegen trottoirs die ook door de katten gebruikt worden. Katten die naast een lange, rechte weg wonen waren ook vaker betrokken bij een aanrijding. Op deze wegen kunnen automobilisten sneller rijden en kunnen daardoor niet tijdig remmen. Tot slot waren katten die langs de weg jaagden ook vaker betrokken bij een aanrijding.

Een minder voor de hand liggend nadeel van toegang tot buiten is de impact die de kattenpopulatie buitenshuis heeft op een kat. Als een kat moeite heeft om daar mee om te gaan, dan kan dit leiden tot ernstige emotionele gevolgen voor het welzijn van dit dier. Het is normaal dat katten het leefgebied van hun territorium delen met andere katten uit de omgeving, echter van nature vermijden ze elkaar liever en ontwikkelen een timeshare-overeenkomst. De meest veilige plek in hun territorium, het kerngebied, zullen katten echter actief verdedigen tegen katten die geen onderdeel zijn van hun sociale groep.

Doordat katten in de loop der jaren steeds populairder werden als huisdier, moeten met name in de stedelijke gebieden een toenemende aantal katten een gebied delen. Iedere kat probeert daarvan een deel in bezit te nemen als territorium of als een deel daarvan. Voor sommige katten is het heel moeilijk om met deze toenemende sociale druk om te gaan. Dit kan leiden tot openlijke agressie met verwondingen tot gevolg, of tot meer passieve agressie zoals intimidatie door te staren. Sommige katten gaan zover dat ze het kerngebied van een andere kat binnenvallen door zijn huis binnen te gaan. Natuurlijk zijn er ook uitzonderingen. Er blijven katten die vriendschap sluiten met naburige katten en van hun gezelschap genieten. Dit is helaas vaker uitzondering dan regel  – de meesten zullen elkaar liever vermijden.

In sommige gebieden, zoals zeer stedelijke gebieden, is het buitenshuis misschien niet zo verrijkend als verwacht. De tuinen zijn vaak modern en minimalistisch, of er is niet veel meer dan een binnenplaats waar een kat toegang tot heeft. Sommige katten moeten zelfs leven in een omgeving zonder zoiets. Dergelijke gebieden missen elementen waar katten van houden, zoals grote bomen om in te klimmen, struiken om zich onder te verstoppen, een spannende omgeving om te verkennen en een geschikte plaats om hun behoefte te doen.  

Als zodanig is de buitenwereld niet altijd zo spannend als het lijkt, en compenseert het evenmin de ontoereikende omstandigheden in huis. Als een kat niet tevreden is met zijn thuisomgeving geeft het hem echter wel de kans om de poten te nemen naar een ander huishouden waar hij zich beter thuis voelt. Al is dit misschien niet in het belang van de eigenaar of het beste voor de kat.

Het heeft duidelijk voordelen om katten naar buiten te laten, zoals een grotere, meer gevarieerde omgeving waar de kat van kan genieten. Meer voordelen:

  • Meer mogelijkheden voor lichaamsbeweging en verkenning. Door het jagen, klimmen en patrouilleren krijgen katten beweging. Katten met toegang tot buiten zijn doorgaans slanker dan binnenkatten. Rowe en haar collega’s (2015) vonden dat zelfs beperkte toegang tot buiten kon bijdragen aan obesitas. Dit benadrukt het voordeel van de mogelijkheid tot actief gedrag buitenshuis.
  • Gelegenheid om te jagen (hoewel dit niet vaak als een voordeel beschouwd door eigenaren!).
  • Een steeds veranderende omgeving die alle zintuigen van een kat stimuleren.
  • Meer keuze uit locaties om bepaald gedrag uit te voeren, zoals toiletbezoek.

Katten hebben buiten een grotere uitlaatklep voor het uitvoeren van een reeks normale gedragingen die de eigenaar binnen liever niet ziet gebeuren. Denk daarbij aan het sproeien van urine. Dit is een normale manier voor katten om te communiceren met andere katten buiten. Als een kat binnen sproeit is dat meestal een teken dat er iets is dat hem van streek maakt. Krabben, met als reden om te markeren, is een ander voorbeeld. Dergelijk krabben komt doorgaans voor aan de grenzen van het territorium. Maar als het territorium uitsluitend binnenshuis is en er geen geschikte krabpalen op geschikte plaatsen zijn, kunnen katten gaan krabben op plaatsen waar de eigenaar niet blij van wordt, zoals banken of deurkozijnen. Buiten heeft een kat veel meer keuze uit goede krabplekken.

Over het algemeen hebben katten die buiten komen meer controle over hun acties. Meer vrijheid kan tot minder frustratie leiden. Katten die niet de mogelijkheid hebben om naar buiten te gaan kunnen tijdens hun leven aan aanzienlijke veranderingen in hun omgeving worden blootgesteld. Nieuwe baby’s, verhuizingen, nieuwe partners, nieuwe huisdieren, bouwwerkzaamheden, behangen of verven zijn slechts enkele voorbeelden van veranderingen die het territorium van een kat kunnen beïnvloeden. Toegang tot buiten geeft katten de mogelijkheid om afstand te nemen van deze stressoren (zelfs tijdelijk) en kan hen uiteindelijk helpen om ermee om te gaan.

In huishoudens met meerdere katten geef toegang tot buiten de katten een groter territorium. Veel probleemgedrag wordt veroorzaakt doordat katten te dicht in elkaars buurt moeten leven. De mogelijkheid om naar buiten te gaan geeft katten de mogelijk elkaar vermijden en hun eigen territorium in te nemen. Ook is het eenvoudiger voor katten om hun omgeving door timesharing te delen. Dit is met name belangrijk voor katten die zich niet tot dezelfde sociale groep rekenen.

Het debat over de vraag of katten binnen moeten worden gehouden of ook vrij buiten mogen lopen is lastig. Er zijn zeer goede argumenten aan te voeren voor beide kanten. De beslissing moet echter altijd worden genomen in relatie tot de individuele kat en zijn eigen voorkeuren. Ook de veiligheid van de omgeving buiten moet worden meegewogen. Voor zowel binnenkatten als katten die naar buiten mogen is het belangrijk dat zij zo weinig mogelijk risico lopen.

Leida Timmer, gedragstherapeut

Bronartikel

Dit artikel is met toestemming van International Cat Care vertaald. Klik hier voor het originele artikel (Engels).

Reacties zijn gesloten.