Aaien volgens het CAT-principe

Veel mensen vinden het fijn om katten te aaien en veel katten vinden het fijn om aangeraakt te worden door mensen maar desondanks ontstaat er vaak een missmatch tussen de voorkeuren van de kat en die van de mens. Mensen aaien graag langdurig op dezelfde plekken terwijl katten meer van kortdurende aanrakingen houden. Ook houden mensen katten graag stevig vast terwijl dat voor veel katten bedreigend is.

Aai-agressie is dan ook een veelvoorkomende vorm van agressie bij katten. Bij aai-agressie bijt en krabt de kat de persoon die haar aait. Ook kan ze andere vormen van irritatie vertonen wanneer ze op een manier aangeraakt wordt die haar niet bevalt. Voorbeelden hiervan zijn: naar zij draaiende oortjes, een staartpunt die zachtjes zwiept en vergrote pupillen.

Elke kat is een individu met haar eigen tolerantiegrens voor aanraken en oppakken. Wanneer mensen deze grens niet (her)kennen of respecteren is er kans op agressie met verwondingen tot gevolg. Aai-agressie wordt dus volledig veroorzaakt door hoe wij mensen onze katten aanraken.

Het tonen van de buik is geen uitnodiging om de buik te aaien. In dit geval is de kat gewoon erg ontspannen (afbeelding Mikel Delgado).

Zou het zo kunnen zijn dat de ene eigenaar (intuïtief) weet hoe je het beste een kat kunt aanraken en gaat een andere eigenaar (onbedoeld) over de grenzen van de kat heen? Wat zegt de wetenschap hierover?

In een recente studie hebben Lauren Finka en haar collega’s heel veel interacties tussen katten en mensen geobserveerd in een asiel in Engeland. Aan dit onderzoek deden zowel mensen mee die een kat wilden adopteren maar ook mensen die niet per se op zoek waren naar een nieuwe huisgenoot. De deelnemers vulden een vragenlijst in over hun ervaringen met katten als huisdier en over hun kennis van kattengedrag en lichaamstaal. Ook beantwoorden ze vragen over hun eigen persoonlijkheid aan de hand van een bekende Persoonlijkheidstest ‘The Big Five’. Deze test meet vijf persoonlijkheidskenmerken namelijk 1) neuroticisme versus stabiliteit, 2) extraversie versus introversie, 3) openheid voor ervaringen versus geslotenheid 4) consciëntieusheid (zorgvuldigheid) versus laksheid en 5) vriendelijkheid versus tegenwerkend.

Iets meer dan 100 mensen (n=119) en precies 100 katten deden mee aan de studie. De katten die meededen aan de studie waren vriendelijk naar mensen en voelden zich bij mensen op hun gemak. Elke deelnemer had een interactie met drie verschillende katten die zij nog nooit eerder hadden ontmoet. Het contact duurde 5 minuten en vond plaats in de eigen ruimte van de kat. De deelnemers werd gevraagd tijdens de interactie in hun stoel te blijven zitten en zo normaal mogelijk te doen. Alle sessies werden opgenomen op video.

De onderzoekers wilden weten in welke mate het gedrag van de deelnemers overeenkwam met de drie ‘best practices’ voor interacties met katten: de CAT. Dit is een Engelse afkorting die staat voor Choice, Attention en Touch.

  • Choice (keuze): geeft de kat keuze en controle tijdens de interactie. Als zij weg wil lopen laat haar dan.
  • Attention (aandacht): let op het gedrag en lichaamshouding van de kat
  • Touch (aanraking): raak de kat alleen aan op plekken die de meeste katten fijn vinden en niet op plekken die ze niet fijn vinden.

Voor elke afzonderlijke deelnemer werd bekeken hoe goed hun gedrag paste bij de bovenstaande drie uitgangspunten. Ook werd bekeken hoe vaak de deelnemer contact zocht met de kat en hoe vaak hij of zij de kat aanraakte op bepaalde gebieden op het lichaam. Deze gebieden werden ingedeeld in rood, groen en geel (zie figuur 1).

Eerdere studies (Ellis et al. 2005; Soennichsen & Chamove, 2002) toonden aan dat de meeste katten vooral graag aangeraakt worden op de wangen, de kin, het voorhoofd (de groene gebieden) en in mindere mate op hun buik en de basis van de start (de rode gebieden). De mate waarin de gele gebieden aangeraakt mogen worden verschild sterk tussen katten. Elke kat is een individu en hoewel sommige katten het prima vinden om aangeraakt te worden op de rode en gele zones is dit niet aan te raden, tenzij je de kat goed kent.

Figuur 1. De meeste katten worden graag aangeraakt op de groene gebieden en niet op de rode gebieden Finka et al. 2022)

De gedragingen van de deelnemers werden als volgt gecategoriseerd:

  • aanraken op de groene gebieden
  • aanraken op de rode gebieden
  • aanraken op de gele gebieden
  • de kat proberen vast te houden/op te pakken
  • de kat laten kiezen of hij met de deelnemer contact wilde maken

Na analyse van de video’s en vragenlijsten vonden de onderzoekers een aantal interessante verbanden tussen de persoonlijkheid van de deelnemers en de manier waarop ze contact maakten met de katten.
Mensen die katten vooral aaiden op de groene gebieden hadden meer kennis van katten. Maar dit was ook het geval voor mensen die katten voornamelijk op de rode gebieden aanraakten! We kunnen hieruit concluderen dat wanneer mensen over zichzelf zeggen dat ze veel kennis over katten hebben dit geen goede voorspeller is voor het omgaan met katten volgens het CAT- principe.

Mensen die vaak de gele gebieden aanraakten hadden vaak meerdere jaren met katten samengeleefd en/of scoorde vaak hoog op het persoonlijkheidskenmerk extraversie.

Deelnemers die de kat tegen hun zin wilden vast houden waren vaak ouder (56+jaar) en/of scoorde vaak hoog op het persoonlijkheidskenmerk neuroticisme.

Deelnemers die de katten de keuze lieten of de kat bij hen wilden komen hadden vaak minder ervaring met katten.

De resultaten van deze studie lijken op de resultaten van een studie naar interacties tussen mensen en honden. Ook in die studie werd gevonden dat zelf-gerapporteerde kennis over een diersoort geen goede voorspeller is voor een positieve interactie met dat dier.

Het is niet vreemd dat wanneer je mensen vraag te rapporteren over hun vaardigheden en kennis dat ze dit hoger inschatten dan uit een objectieve test zou blijken. Mensen zijn nu eenmaal geneigd positief over hun eigen gedrag te denken. Onderzoeken laten bijvoorbeeld zien dat mensen geneigd zijn hun eigen vaardigheden en kennis t.o.v. andere mensen als hoger of beter in te schatten.

Kun je mensen dan wel ander gedrag aanleren? Een studie uit 2021 van Haywood en collega’s concludeert van wel. Wanneer je mensen een simpele handleiding geeft en een korte video laat zien hoe je positief kan omgaan met katten, gingen de mensen hierna inderdaad positiever om met de katten in de studie. De katten reageerde op deze positievere manier van interactie met een positievere lichaamshouding en minder signalen van irritatie dan in het contact vóórdat de persoon de video bekeken had.

De onderstaande video is een mooi voorbeeld hoe we mensen kunnen voorlichten over ‘CAT’-vriendelijke interacties.

Laat deze video aan zoveel mogelijk mensen zien! Ook (of misschien wel juist!) aan mensen die van zichzelf zeggen dat ze al vele jaren katten hebben of veel weten over katten. Ongeacht ervaring en kennis blijft het belangrijk om stil te blijven staan bij hoe we omgaan met onze katten. Juist met die katten die alles wel best lijken te vinden. We controleren te weinig of onze katten het wel fijn vinden waar we ze aanraken.

Dit artikel is een vrije vertaling van het blog van feline behaviourist Mikel Delgado PhD. Haar originele blog is hier te lezen.

Esther Bouma, gedragstherapeut

References

  • Ellis, S. L. H., Thompson, H., Guijarro, C., & Zulch, H. E. (2015). The influence of body region, handler familiarity and order of region handled on the domestic cat’s response to being stroked. Applied Animal Behaviour Science, 173, 60-67.
  • Finka, L. R., Ripari, L., Quinlan, L., Haywood, C., Puzzo, J., Jordan, A., & Brennan, M. L. (2022). Investigation of humans individual differences as predictors of their animal interaction styles, focused on the domestic cat. Scientific Reports, 12(1), 1-13.

Reacties zijn gesloten.