Kattenbakken

Eén van de meest voorkomende gedragsproblemen bij katten is het urineren (plassen) en defeceren (poepen) buiten de kattenbak, ook wel onzindelijkheid genoemd. De term onzindelijk wekt de indruk dat het probleem bij de kat ligt, terwijl het probleem vaak bij de kattenbak ligt. De hygiëne, locatie, het aantal, vulling en soort kattenbak kunnen door katten als ongeschikt worden gezien, waardoor ze gedwongen worden om een andere plek te zoeken die wél aan hun standaard voldoet. Het is daarom erg belangrijk om te weten wat een kat als geschikte ontlastingsplek ziet. Er is redelijk wat onderzoek gedaan naar de voorkeuren van katten met betrekking tot hun kattenbak, maar helaas zijn er bij de meeste onderzoeken ook andere verklaringen mogelijk voor de gevonden voorkeuren of zijn de resultaten niet gepubliceerd in wetenschappelijke, peer-reviewed (beoordeeld door andere wetenschappers) tijdschriften. Drie onderzoeken die hier wél aan voldoen zijn in dit artikel kort samengevat.

De grootte van de bak

Om te beginnen hebben Norma Guy en haar collega’s in 2014 een onderzoek gepubliceerd dat over de voorkeur voor grootte van de kattenbak ging1. Voor dit onderzoek hebben ze in 43 huishoudens met één of meerdere katten (in totaal 74 katten) gedurende vier weken twee kattenbakken neergezet. De ene kattenbak was 56x38x14 cm, dit noemden ze de normale bak (ook al was deze ook al een stukje groter dan de standaard kattenbakken). De tweede kattenbak was 86x39x14 cm en werd de grote kattenbak genoemd. Zoals in figuur 1 te zien is, verschilden de bakken vooral in lengte. De twee kattenbakken werden in één kamer, zo ver mogelijk uit elkaar geplaatst. In allebei de bakken zat hetzelfde, klontvormende kattengrit, 10 centimeter diep. De bakken werden dagelijks uitgeschept en na twee weken werden de bakken helemaal leeg en schoon gemaakt en werd het grit compleet vervangen. De eigenaren noteerden dagelijks hoe vaak hun kat(ten) in iedere bak geürineerd en gedefeceerd hadden. Na twee weken werden de twee bakken omgewisseld, zodat de onderzoekers konden kijken of de locatie waar de kattenbak stond invloed had op het gebruik van de kattenbakken.

Kattenbakken_grootte

Figuur 1: De afmetingen van de grote en normale kattenbak gebruikt in het onderzoek van Norma Guy en haar collega’s.

Gedurende de eerste twee weken ontlastte een kat zich gemiddeld 1,13 keer per dag in de grote bak en maar 0,61 in de gewone kattenbak. In de laatste twee weken was het verschil wat kleiner: er werd gemiddeld 1,01 keer een bezoek gebracht aan de grote kattenbak en 0,74 keer aan de normale kattenbak. Als er naar urineren en defeceren apart gekeken werd, werd er het vaakst geplast en gepoept in de grote kattenbak. Gemiddeld plasten de katten 1,9 keer per dag in de normale bak en 2,9 keer per dag in de grote bak. Daarnaast werd er gemiddeld 0,9 keer per dag gepoept in de normale bak, terwijl dit gemiddeld 1,5 keer per dag werd gedaan in de grote bak. Tot slot werd in 76% van de huishoudens de grote bak meer gebruikt om te plassen dan de normale bak en in 88% van de huishoudens werd de grote bak meer gebruikt om te poepen dan de normale bak.

In de twee dagen na het wisselen van de bakken was er geen verschil in gebruik van de kattenbakken. Na deze twee dagen werd de voorkeur voor de grote bak weer duidelijk. De onderzoekers hebben dus laten zien dat de kat mee verhuisde met hun favoriete kattenbak. Ze zagen wel dat vier van de katten een hele sterke voorkeur hadden voor een bepaalde locatie, deze verhuisden dus ook niet mee met hun voorkeursbak. Daarnaast werd in sommige huishoudens eerst alleen maar de grote kattenbak gebruikt en werd pas later de normale bak in gebruik genomen. Na de wisseling (en grote schoonmaak) werd door deze katten weer alleen de grote bak gebruikt. Het lijkt er dus op dat de hygiëne van de kattenbakken ook een belangrijke rol speelt bij de voorkeur van de kat.

Een belangrijke kanttekening bij dit onderzoek is dat er ook huishoudens met meerdere katten mee deden. Als een van de katten in huis een andere of minder sterke voorkeur voor een van de bakken had dan de rest, zou dit de preferentie (voorkeur) van een individuele kat kunnen doen verdwijnen. Desondanks zijn er in dit onderzoek toch significante verschillen gevonden, dus de voorkeur voor de grote bak was duidelijk.

Leuk om te weten: gedurende de vier weken werd er in totaal 5031 keer gepoept en geplast in de grote kattenbak en 3239 keer in de normale kattenbakken.

Gesloten of open bak

Emma Grigg en haar collega’s hebben in 2013 onderzocht of katten een voorkeur hadden voor een gesloten of open kattenbak2. Hier voor hebben ze 28 zindelijke katten zonder gezondheidsproblemen die alleen en binnen gehouden werden gedurende de studie de keuze gegeven tussen een gesloten en dichte kattenbak. Gedurende deze 14 dagen werden een gesloten en open bak direct naast elkaar in een ruimte gezet en halverwege werden de twee bakken omgewisseld, zodat de locatie van de bak geen rol speelde. De bakken waren 82,5×50,2 centimeter. De gesloten bak was 47,4 cm hoog en had een opening van 27,3×31,75 centimeter. De open bak was 12,5 centimeter hoog aan de zij- en achterkant, de voorkant was 10 cm hoog.

Beide bakken werden gevuld met 5 centimeter diep, fijn, klontvormend kattengrit. De bakken werden dagelijks uitgeschept en het grit werd aangevuld als het minder dan 5 cm diep was. Het gewicht van het uitgeschepte materiaal werd genoteerd en vergeleken.

De meeste katten (70%) hadden geen voorkeur voor één van de twee kattenbakken. De rest was gesplitst in twee gelijke groepen: 15% had een voorkeur voor de gesloten kattenbak en 15% had een voorkeur voor de open bak. Opvallend was dat van de zes grote katten in de studie, die 6 kilogram of meer wogen, geen enkele kat een voorkeur had voor de gesloten kattenbak. Twee van deze katten hadden een voorkeur voor de open bak, de andere vier hadden geen voorkeur. Het lijkt bij de gesloten bakken dus extra belangrijk of de kat er comfortabel in past.

Geurtje of niet

Deborah Horwitz heeft in 1997 teruggekeken op de eigenschappen van de kattenbakken van 144 katten met onzindelijkheidsproblemen en zij heeft deze vergeleken met de kattenbakken van zindelijke katten3. Uit deze studie bleek dat de katten die een onzindelijkheidsprobleem hadden significantEen effect is statistisch significant wanneer de kans op toeval om een gevonden statistische testwaa... vaker kattengrit met een geurtje hadden: 68% van de onzindelijke katten had ruikend kattengrit, terwijl maar 25% van de zindelijke katten grit met een geurtje hadden. Het lijkt dus beter om katten grit te geven zonder toegevoegde geurtjes.

Klontvormend of niet

In dezelfde studie heeft Horwitz ook gekeken naar andere eigenschappen van het kattengrit. Zij zag dat de zindelijke katten vaker fijn, klontvormend kattengrit in hun bak hadden dan de onzindelijke katten. Waarschijnlijk speelt de structuur en de klontvorming van het grit dus ook een belangrijke rol bij het bepalen van de geschiktheid van de kattenbak.

Discussie

Jammer genoeg worden preferentietesten vrijwel altijd met twee kattenbakken uitgevoerd: één van type A en één van type B. Het algemene advies is echter om iedere kat de beschikbaarheid te geven over twee kattenbakken. Er bestaat bij voorkeurstesten dus een grote kans dat de katten allebei bakken gebruiken omdat ze graag gescheiden urineren/defeceren, wat de resultaten van het onderzoek minder duidelijk kan maken. Het is dan ook beter als in de toekomst onderzoek wordt gedaan met vier bakken, namelijk twee van type A en twee van type B. Dan kunnen de katten écht hun voorkeuren laten zien.

Het onderzoek van Emma Grigg heeft weliswaar aangetoond dat alleen gehouden katten gemiddeld geen voorkeur laten zien voor open of gesloten bakken, maar dit was getest in een situatie waarbij de bakken dagelijks werden uitgeschept. Mensen zijn echter vaak geneigd om gesloten kattenbakken minder vaak schoon te maken: out of sight is out of mind. Omdat hygiëne een belangrijke rol speelt bij kattenbakvoorkeur wordt daarom toch vaak een open kattenbak aangeraden1,3.

Uit het onderzoek van Deborah Horwitz blijkt dat je een stinkende kattenbak beter niet kan bestrijden met geparfumeerd kattengrit.Wij vinden het misschien wel lekkerder ruiken, maar katten lijken het te vinden stinken.  Als je je huis lekker wil laten ruiken is het daarom wellicht beter om je kattenbak vaker uit te scheppen: vindt je kat ook fijn! Uit hetzelfde onderzoek bleek ook dat het waarschijnlijk beter is om je kat fijn, klontvormend grit te geven. Hiervoor geldt ook weer dat klontvormend grit makkelijker is om dagelijks uit te scheppen, waardoor de bak makkelijker schoon te houden is.

De beschreven onderzoeken kijken naar gemiddeldes: in alle onderzoeken waren er ook katten die andere voorkeuren lieten zien. Bij twijfel is het daarom altijd verstandig om zelf een kleine preferentietest uit te voeren en jouw kat te laten aangeven wat door hem of haar als een geschikte kattenbak wordt gezien.

Conclusie

De meeste katten hebben een duidelijke voorkeur voor een grotere kattenbak dan nu standaard beschikbaar is in de winkel. Waar de bak staat kan effect hebben op deze keuze1. Katten lijken geen voorkeur te hebben voor een gesloten kattenbak ten opzichte van een open kattenbak2, er lijkt ook geen verband te zijn tussen open/gesloten kattenbak en onzindelijkheidsproblemen3. Geurvrij, fijn, klontvormend grit lijkt daarnaast de minste risico’s op onzindelijk gedrag te geven3. Tot slot het allerbelangrijkste: houd de kattenbak schoon!

Dr. Marsha Reijgwart gedragsbioloog en kattengedragstherapeut

Referenties

  1. N.C. Guy, M. Hopson, R. Vanderstichel (2014) Litterbox size preference in domestic cats (Felis catus). Journal of Veterinary Behavior 9:78-82
  2. E.K. Grigg, L. Pick, B. Nibblett (2013) Litter box preference in domestic cats: covered versus uncovered. Journal of Feline Medicine and Surgery 15:280
  3. D.F. Horwitz (1997) Behavioral and environmental factors associated with elimination behavior problems in cats: a retrospective study. Applied Animal Behaviour Science 52:129-137

 

Reageren is niet mogelijk