Linkse katers en rechtse poezen

Anders dan de titel misschien doet vermoeden gaat dit artikel niet over de politieke voorkeur van je huistijger maar over zijn of haar pootvoorkeur. Diverse studies hebben aangetoond dat katten, net als mensen en andere zoogdieren, een voorkeur hebben voor het gebruik van een bepaalde ledemaat. Is het je weleens opgevallen of je harige huisgenoot met een bepaalde poot de kattenbak instapt of tegen een speelgoedhengel aanslaat?

Pootvoorkeur, het hoe en waarom

Ledematen (zoals armen, poten, vleugels) worden aangestuurd door de hersenen waarbij de linkerhersenhelft de rechterkant van het lichaam aanstuurt, en de rechterhersenhelft de linkerkant van het lichaam. Tijdens de eerste levensjaren wordt de ene hersenhelft dominant over de andere, en ontstaat de voorkeur voor een bepaalde ledemaat. Dit proces, lateralisatie genoemd, is aanwezig in het hele dierenrijk. Bij de bestudeerde dieren heeft een deel van de populatie een voorkeur voor links en het andere deel voor rechts. Een heel klein deel heeft geen voorkeur; dit fenomeen heet ambidextrie. Wanneer het ene dier een voorkeur heeft voor rechts en het andere dier voor links dan heeft dat een voordeel voor de overleving, bijvoorbeeld tijdens de gezamenlijke jacht op een prooi of tijdens een gevecht (Rogers, 2002). Bij de meeste dieren is de verdeling tussen links en rechts gelijk maar de mens is extreem rechtshandig; 80 tot 85% heeft een voorkeur voor de rechterhand (Iwasaki, 2000).

Pootvoorkeur in huiskatten

Louise McDowell en haar collega’s hebben de pootvoorkeur van 44 huiskatten (Felis silvestris catus) onderzocht. Daarbij hebben zij hulp gekregen van de eigenaren van de katten. Hen werd gevraagd om te noteren of hun kat met links of met rechts een bepaald gedrag uitvoerde. Het ging om drie spontane gedragingen: 1) liggen op een zij, 2) de trap aflopen, 3) ergens overheen stappen (zoals de kattenbak of een drempel) plus een vorm van ‘uitgelokt’ gedrag waarbij de kat een snoepje uit een voertoren (Catit Food Maze) moest halen. De eigenaren observeerden hun kat gedurende een periode van 3 maanden waarbij elk gedrag 50 keer werd genoteerd. De eigenaren mochten hun kat niet belonen (bijvoorbeeld met een aai of ‘goed zo!’).

Vernieuwend onderzoek

Het meeste onderzoek naar lateralisatie in dieren beperkt zich tot op heden óf tot experimenten óf tot observaties van spontaan gedrag. Onder ethologen (onderzoekers van diergedrag) is er nog weleens discussie over de vraag of gedrag dat uitgelokt wordt tijdens een experiment dezelfde basis heeft als gedrag dat optreedt in een spontane situatie. Sommige onderzoekers denken namelijk dat pootvoorkeur sterker naar voren komt in een experimentele setting dan bij spontaan gedrag (Rogers, 2002). Wat het onderzoek van Louise McDowell bijzonder maakt is dat zij beide methodes toepast en daardoor iets kan zeggen over de relatie tussen experimenteel en spontaan gedrag van de huiskat.

De resultaten

Ongeveer 75% van de 44 katten in het onderzoek had een voorkeur voor een bepaalde poot. Meer katten hadden een voorkeur voor een bepaalde poot dan verwacht kon worden op basis van kans en dat maakt de resultaten statistisch significant. Maar dit betekent niet dat een ‘als links geclassificeerde kat’ altijd met de linker voorpoot ergens overheen stapte; het betekent dat hij (of zij) dit significant vaker met de linker voorpoot dan met de rechtervoorpoot deed.

In Figuur 1 is voor elk gedragstype het percentage katten met een pootvoorkeur (‘links’ of ‘rechts’) weergegeven. Daarnaast is ook het percentage katten zonder duidelijke pootvoorkeur weergegeven (‘ambidexter’). Bij de voertoren test hebben 18 katten (41%) een voorkeur voor links en 14 katten (32%) een voorkeur voor rechts. Bij op de zij liggen heeft het grootste deel van de katten geen duidelijke voorkeur. Bij het aflopen van de trap begint 34% meestal met de linker voorpoot. Iets meer dan een derde (36%) van de katten die ergens overheen stappen doet dit meestal met de linker voorpoot.

Figuur 1. Percentages katten met en zonder pootvoorkeur bij de vier gedragingen.

Figuur 1. Percentages katten met en zonder pootvoorkeur bij de vier gedragingen.

Pootvoorkeur redelijk consistent

De onderzoekers keken ook naar de consistentie van de pootvoorkeur binnen één kat en constateerden een significante relatie tussen de voertoren, het trap aflopen en het ergens overheen stappen. Een kat die de eerste tree van de trap meestal met links neemt zal ook meestal met zijn linkerpoot uit de kattenbak stappen en meestal met links een snoepje uit de voertoren hengelen. Dat de katten geen voorkeur hadden voor een favoriete zij kan verklaard worden door de theorie dat wanneer gedrag geen evolutionair voordeel heeft het gedrag vaker ambidexter zal zijn (in Tabiowo & Forrester). Je kunt je voorstellen dat het liggen op de ene of de andere zij niet veel invloed heeft op de overleving van de kat.

Rechtse poezen en linkse katers

De onderzoekers vonden een significant verschil in de pootvoorkeur van katers en poezen: katers gebruikten vaker als eerste de linker voorpoot, terwijl poezen vaker hun rechter voorpoot gebruikten. Ook bij de mens, en vele andere dieren, komt linkshandigheid vaker voor bij mannen dan bij vrouwen maar het is nog onduidelijk wat het onderliggende mechanisme is. Een mogelijke verklaring wordt gezocht in het feit dat mannen als baby in de baarmoeder aan meer testosteron worden blootgesteld dan vrouwen en dat de rechterhersenhelft gevoeliger is voor testosteron dan de linkerhersenhelft (Pfannkuche et al., 2009).

Pootvoorkeur van je eigen kat – doe de test!

Is je kat links of rechts? Met een simpele en leuke test kun je daar achter komen. Je kunt een voertoren gebruiken, maar als je die niet hebt werkt een glazen potje met katten snoepjes ook prima.

  • Kat hengelt naar brokjeStap 1. Zet een glazen pot met een paar snoepjes erin voor de kat neer. Haal er een snoepje uit en geef het aan de kat. Op die manier weet je kat dat er wat lekkers is te vinden in de pot.
  • Stap 2. Leg de pot op zijn kant en leg een snoepje vlak voor de opening in de pot. Laat je kat het snoepje uit de pot halen. Je kunt nu al noteren met welk poot hij of zij dat doet.
  • Stap 3. Zet de pot rechtop en noteer een aantal keer met welke poot je kat het snoepje uit de pot hengelt.

Voor de betrouwbaarheid van je onderzoek raden we aan om ongeveer 50 observaties te doen op verschillende dagen. Maar ook bij 20 observaties kun je al een aardige indruk van de pootvoorkeur van je kat krijgen. Veel plezier!

Conclusie

Het onderzoek van Louise McDowell is het eerste onderzoek dat aantoont dat pootvoorkeur aanwezig is bij spontaan gedrag van de huiskat. Daarnaast blijkt er een sterke relatie te zijn tussen spontaan gedrag en uitgelokt gedrag en hiermee is aangetoond dat de voertoren een goede methode is om pootvoorkeur te meten in de huiskat. Ook bevestigt het onderzoek opnieuw het verschil in pootvoorkeur van katers en poezen. Andere studies, die overigens alleen keken naar uitgelokt gedrag, vonden ook ‘linkse katers’ en ‘rechtse poezen’ (Wells & Millsopp, 2009 & 2012).

Pootvoorkeur, temperament en stressgevoeligheid

Vervolgonderzoek zal zich richten op de relatie tussen pootvoorkeur, temperament en gevoeligheid voor stress. Studies in honden lijken erop te wijzen dat honden zonder duidelijke pootvoorkeur óf met een pootvoorkeur voor links, gevoeliger zijn voor stress en hierdoor mogelijk een grotere kans hebben om gedragsproblemen te ontwikkelen.

Esther Bouma, bioloog en kattengedragstherapeut in opleiding

Bronartikel 

McDowell L., Wells, D., Hepper, P., 2018, Lateralization of spontaneous behaviours in the domestic cat, Felis Silvestris, Animal Behaviour.

Referenties

  • Iwasaki, S. 2000. Age and generation trends in handedness: an eastern perspective. In Side bias: a neuropsychological perspective, pp. 83–100.
  • Rogers, L.J. 2002, Lateralization in vertebrates: Its early evolution, general pattern, and development, Advances in The Study of Behavior.
  • Tabiowo, E. & Forrester, G. 2013, Structured bimanual actions and hand transfers reveal population-level right-handedness in captive gorillas. Animal Behaviour.
  • Pfannkuche, K. A. et al. 2009, Does testosterone affect lateralization of brain and behaviour?  A meta-analysis in humans and other animal species. Phil. Trans. R. Soc. B.
  • Wells D.L. & Millsopp, S., 2009. Lateralised behaviour in the domestic cat, Felis silvestris catus. Animal Behaviour.
  • Wells, D.L. & Millsopp, S., 2012, The ontogeny of lateralised behaviour in the domestic cat, Felis silvestris catus. Journal of Comparative Psychology.

Reageren is niet mogelijk