Pica bij katten

Wat is pica?

Pica is het eten van niet-eetbare materialen. Maar ook wanneer katten alleen kauwen of sabbelen op niet-eetbare materialen valt dit onder pica. Sommige dierenartsen en wetenschappers zien pica als een gedragsstoornis terwijl anderen het zien als een medisch probleem. Pica komt voor bij bloedarmoede, bij ondervoeding en bij maagdarmproblemen, bijvoorbeeld bij een worminfectie of ontstekingen aan de darmwand. Daarentegen komt pica ook vaak samen voor met (ander) dwangmatig gedrag (zoals overmatig wassen (met kale plekken tot gevolg), sabbelen op staart en poten en overmatig eten) en met bepaalde vormen van angst (zoals verlatingsangst). In sommige gevallen is pica een vorm van aandacht vragend gedrag.

Om welke materialen gaat het?

Katten met pica kunnen een voorkeur hebben voor vele verschillende materialen zoals wol, stof, papier, karton, rubber, hout, leer, plastic en cellofaan. Zie figuur 1 in de sectie ‘Wetenschappelijk onderzoek naar pica’. Het sabbelen, kauwen en opeten van wol en stof is mogelijk een aparte categorie. Deze vorm van pica komt vaker voor bij de Oosterse rassen (zoals de Siamees, de Tonkinees en de Heilige Birmaan) dan bij andere katten. Dit duidt op een genetische aanleg voor dit gedrag. Maar er zijn ook Oosterse rassen die een voorkeur hebben voor andere materialen, net zoals er niet-raskatten zijn die een voorkeur hebben voor wol. (Bradshaw 1997).

Risicofactoren

Ondanks dat het fenomeen pica al meer dan 50 jaar geleden is beschreven, is er nog weinig bekend over de onderliggende oorzaken. De studies die gedaan zijn lieten onder andere zien dat pica vaker lijkt voor te komen bij katten die niet naar buiten kunnen en bij katten die samenleven met veel andere katten. Daarnaast spelen factoren als misplaatst prooivangstgedrag, verhoogde eetlust, verveling, vroegtijdige spening (voor de 7e week) en een tekort aan vezels mogelijk een rol.

Op welke leeftijd ontstaat pica?

Sommige kittens sabbelen en kauwen op niet-eetbare materialen maar de meesten ontgroeien dit gedrag. Wanneer pica later in het leven optreedt, is dat meestal op een leeftijd tussen de 12 en 15 maanden.

Hoe weet ik of mijn kat pica heeft?

Veel katten knabbelen en plukken aan objecten tijdens spel. Zij imiteren dan jaaggedrag maar eten het materiaal niet op. Een kat met pica neemt het materiaal in de bek, sabbelt of kauwt erop met de achterste kiezen en slikt het materiaal in. Katten die op stof sabbelen doen dit waarschijnlijk omdat het sabbelen hen een prettig gevoel geeft. Door het vrijkomen van verslavende chemische stofjes in de hersenen is het lastig om de kat met het gedrag te laten stoppen.

Is pica gevaarlijk voor mijn kat?

Niet-eetbare producten worden niet verteerd in het maagdarmkanaal van de kat en kunnen daar voor een blokkade zorgen. Soms moet het materiaal chirurgisch verwijderd worden en in extreme gevallen moet ook een deel van de darmen worden verwijderd. De meeste katten herstellen goed na dit type operatie maar voorkomen dat het zover komt is natuurlijk beter. Mogelijke symptomen van een blokkade of verstopping zijn: overgeven, verminderde eetlust, diarree of persen zonder defecatie, pijn bij het oppakken of aanraken van de buik en algemene rusteloosheid of juist sloomheid.

Wat moet ik doen wanneer mijn kat wol of andere niet-eetbare materialen eet?

Wanneer je kat wol of niet-eetbare materialen eet kun je verschillende dingen doen (Horwitz & Neilson 2007):

  • Het is belangrijk medische oorzaken uit te sluiten. Neem hiervoor contact op met je dierenarts; bepaalde medicijnen kunnen ook de eetlust verhogen en hierdoor pica veroorzaken.
  • Ga na of angst en/of compulsief gedrag een rol speelt. Schakel de hulp in van een gedragstherapeut om dit uit te sluiten.
  • Het is belangrijk alle niet-eetbare materialen achter slot en grendel op te bergen. Het weghalen van de prikkel kan het probleem al voor een deel oplossen.
  • Niet-eetbare materialen kunnen ingesmeerd worden met Eucalyptusolie of ‘Bitter Apple’ (dit wordt gebruikt om dieren te verhinderen aan hechtingen te bijten na een operatie).
  • Bij katten die exclusief binnen leven is het belangrijk de omgeving zo goed mogelijk in te richten, zodat de kat zijn natuurlijk gedrag (zoals exploreren, klimmen, jagen, veilig en rustig slapen) kan vertonen.
  • Speel op regelmatige tijden (kort en vaak) met je kat. Rouleer speeltjes want katten zijn snel verveeld. Zet eens een doos in de woonkamer of leg een papieren zak op de grond. Speelgoed hoeft niet altijd duur te zijn.
  • Gebruik voerpuzzels en verstop brokjes door het huis zodat de kat moet ‘werken’ voor zijn eten.
  • Zorg voor een gevarieerde voeding met alle nutriënten die de kat op een bepaalde leeftijd nodig heeft. Voor sommige katten kan een verandering naar brokken met meer vezels helpen.
  • Om de kauw behoefte te bevredigen kunnen zachte kauwsticks (voor kleine honden) gegeven worden met daarop een aantal druppels visolie.
  • Zorg er in een meerkathuishouden voor dat er voldoende plaatsen beschikbaar zijn waar elke kat ongestoord kan eten en drinken. Verminder stress door te zorgen voor voldoende rust- en slaapplaatsen en kattenbakken.
  • Straf de kat niet; straffen zorgt voor stress en kan pica versterken. Daarnaast is straffen niet goed voor je relatie met je kat. De kat kan bang van je worden.
  • Indien er sprake is van aandacht vragend gedrag: negeer de kat wanneer hij kauwt of sabbelt op niet-eetbare materialen.

Hoe kan ik pica stoppen?

Pica is lastig te stoppen en het is aan te raden contact op te nemen met een dierenarts (om medische oorzaken uit te sluiten) en een kattengedragstherapeut. In overleg met de gedragstherapeut en dierenarts kan overwogen worden naast het gedragsadvies (tijdelijk) gedragsmedicatie te gebruiken.

Zal ik de fokker op de hoogte stellen?

Er zijn aanwijzingen dat pica een genetische component heeft en het is daarom belangrijk de fokker te informeren, zodat die niet met de ouderdieren verder fokt.

Pica als indicatie voor een tekort aan voedingstoffen

Wanneer katten een tekort hebben aan bepaalde voedingstoffen kunnen zij niet-eetbare objecten likken of gaan eten. Onderliggende oorzaken zijn bijvoorbeeld: problemen met de schildklier (bijvoorbeeld door een tumor), kanker, loodvergiftiging, parasieten in de darmen, buikvliesontsteking. Katten die om deze reden niet-eetbare objecten likken vertonen vaak ook ander gedrag en symptomen waaruit opgemaakt kan worden dat ze niet gezond zijn. Neem bij twijfel altijd contact op met de dierenarts.

Mijn kat eet kattengrit, moet ik bezorgd zijn?

In de periode dat kittens leren op de kattenbak te gaan komt het voor dat zij kattengrit eten. Klontvormende klei kan tot uitdroging en problemen met de luchtwegen leiden wanneer de kittens het inhaleren. Het is beter bij jonge kittens houtkorrels als kattengrit te gebruiken. Wanneer volwassen katten kattengrit eten kan dit een aanwijzing zijn voor een onderliggend lichamelijk probleem zoals bloedarmoede. In deze gevallen dient contact opgenomen te worden met de dierenarts.

Bronartikel

Dit artikel is gebaseerd op een vertaling van een artikel van International Cat Care. Klik hier voor het originele artikel (Engels).

Wetenschappelijk onderzoek naar pica

Er zijn diverse wetenschappelijke onderzoeken gedaan naar pica. Twee van de meest recente onderzoeken worden hier besproken. Het eerste onderzoek van Demontigny-Bédard en collega’s gaat over pica bij niet-raskatten; het tweede onderzoek van Borns-Weil en collega’s gaat over pica bij Siamezen en Heilige Birmanen. Beide onderzoeken hebben als doel meer inzicht te krijgen in de onderliggende oorzaken voor dit bijzondere kattengedrag.

Studie 1. Pica in niet-raskatten

In het onderzoek van Demontigny-Bédard hebben 126 katteneigenaren een vragenlijst ingevuld over kenmerken en gedrag van hun kat. Opvallend was dat van de 126 eigenaren er 100 (79%) aangaven dat hun kat wel eens op een niet-eetbaar materiaal sabbelt of kauwt. Van deze 100 katten slikten er 91 de objecten ook wel eens door. De katten die de objecten doorslikten werden ingedeeld in de picagroep (P: n = 91); de overige katten werden ingedeeld in de controlegroep (C: n = 26). De twee groepen verschilden niet wat betreft geslacht en ook niet wat betreft de leeftijd waarop ze gespeend werden. De gemiddelde leeftijd waarop de kat in het huis van de eigenaar kwam was significant hoger in de picagroep. De meeste katten waren niet-raskatten en bijna allemaal waren ze gecastreerd of gesteriliseerd.

Populaire materialen
In de picagroep werden schoenveters & draadjes het vaakst gegeten (n=51), gevolgd door plastic (n = 41), stof (n=39), rubber (n=28), papier & karton (n=24) en hout (n=5). In de categorie overig (n=39) werden de volgende materialen genoemd: toiletpapier, haarelastiekjes, oordopjes, wattenstaafjes, zeep, sponsjes en aarde. Zie figuur 1 voor een grafische weergave van de resultaten.

Figuur 1. Weergave van welke materialen het vaakst worden opgegeten.

De 100 katten die wel eens ergens op sabbelen of kauwen (maar het materiaal niet ook doorslikken) doen dit voornamelijk op plastic (n=73 katten), papier (n=61), rubber (n=45) en hout (n = 26). Zie figuur 2 voor een grafische weergave van het verschil tussen katten in de P-groep en de C-groep. Het zuigen op wol komt minder vaak voor bij niet-raskatten; in totaal ‘maar’ bij 25 katten, waarvan er 21 in de picagroep zitten (wol is niet weergegeven in figuur 2).

Figuur 2. Het verschil in materialen waarop wordt gekauwd of
gesabbeld tussen katten in de pica-groep en katten in de controle-groep.

Verschillen tussen katten met pica en de controlegroep
Mogelijke oorzaken zoals verveling, toegang tot buiten, ad lib voeding, vroegtijdig spenen, zuigen aan eigen staart en/of poten en verteringsproblemen werden onderzocht door de picagroep te vergelijken met de controlegroep. Er waren geen verschillen tussen de P-groep en C-groep wat betreft de kwaliteit van de leefomgeving (aanwezigheid van waterfonteinen, voedingspuzzels, krab- en klimpalen en spel- en trainingssessies met de eigenaar). Katten in de P-groep spelen iets minder vaak uit zichzelf dan katten in de C-groep maar dit verschil was niet statistisch significant. De meeste katten (n=79, 63%) in de studie hadden geen toegang tot buiten maar opvallend was dat de katten in de picagroep vaker buiten kwamen (43%) dan katten in de controlegroep (23%). De katten in de controlegroep hebben vaker de beschikking over ad lib voeding (51% versus 30%); volgens de eigenaren was er geen verschil in de eetlust tussen de groepen. De leeftijd waarop de katten gespeend werden verschilde ook niet tussen de groepen. Het zuigen aan staart en/of poten kwam vaker voor in de picagroep (36%) dan in de controlegroep (7%).

Symptomen van verteringsproblemen zoals overgeven, diarree, constipatie en winderigheid kwamen vaker voor in de picagroep (75% versus 51%). Maar wanneer deze symptomen apart bekeken werden, was er alleen een statistisch significant verschil voor overgeven: 59% van de katten in de picagroep en 31% in de controlegroep gaf wel eens over. Helaas was niet mogelijk om uit de vragenlijstgegevens te achterhalen of het overgeven plaatsvond nádat de katten op niet-eetbaar materiaal hadden gekauwd of dat het overgeven niets met pica te maken heeft. Misschien zijn de katten in de picagroep gevoeliger voor maagdarmproblemen of hebben zowel de pica als het overgeven een gemeenschappelijke oorzaak. Opvallend is dat bij de katten die nooit ergens op sabbelen of kauwen geen van de eerdergenoemde symptomen voorkwam.

Conclusie
Bijna 80% van de niet-raskatten kauwt of sabbelt wel eens op niet-eetbaar materiaal; het gaat dan meestal om plastic of papier en niet om wol of stof zoals bekend is bij de Oosterse rassen. Het onderzoek van Demontigny-Bédard vond geen bewijs voor de eerder gevonden relatie tussen pica, vroegtijdig spenen, verveling en binnen-levende katten. Overgeven, voerrestricties en sabbelen aan eigen lichaamsdelen kwam vaker voor bij katten die niet-eetbare materialen doorslikten (de picagroep).

Studie 2. Pica in Oosterse katten

Pica komt vaker voor bij Oosterse katten zoals de Burmees, de Heilige Birmaan en de Siamees en dit gedrag heeft zeer waarschijnlijk een genetische component. De moderne Birmaan is nauw verwant aan de Siamees. Aan het begin van de jaren 50 van de vorige eeuw was de Birmaan bijna uitgestorven; de laatste Birmanen zijn toen gekruist met Siamezen en Perzen. Birmanen en Siamezen hebben hierdoor deels dezelfde genetische aanleg voor pica maar deze aanleg is mogelijk verdund in Birmanen door de kruising met de Pers.

Deze tweede studie onderzocht de mogelijke onderliggende factoren van pica in twee Oosterse rassen: de Siamees en Heilige Birmaan. Eigenaren vulden een vragenlijst in. Alle Birmanen in de studie waren raszuiver terwijl voor 22% van de Siamezen informatie over een stamboom ontbrak. De helft van de 204 katten in de studie vertoonden compulsief sabbelen, kauwen en inslikken van stof/wol en andere materialen. De picagroep bestond uit vijftig Siamezen en 52 Birmanen. De katten in de controlegroep hebben, volgens de eigenaren, nooit pica gedragingen vertoond. Beide groepen werden vergeleken op een aantal mogelijke verklarende factoren zoals raszuiverheid, verhoogde eetlust, medische problemen, materiaalvoorkeur en de speenleeftijd.

Verschillen tussen katten met pica en de controlegroep
Bij beide rassen werd wel een significante relatie gevonden tussen een verhoogde eetlust en het zuigen op wol. Het percentage Siamezen met een verhoogde eetlust was 16% in de picagroep tegenover 2% in de controlegroep. Voor de Heilige Birmanen was dit 5% tegenover 2%. De relatie tussen pica en honger verdient nader onderzoek. Daarnaast wijst het onderzoek uit dat katten met een geschiedenis van medische problemen (zoals tandproblemen, hernia, longontsteking, blaaskristallen en kanker) vaker op wol sabbelden dan katten zonder deze problemen. In de picagroep had 58% van de Siamezen en 46% van de Birmanen een geschiedenis van medische problemen tegenover 39% en 30% in de controlegroep. Het verschil tussen de pica- en de controlegroep was alleen statistisch significant voor de Siamezen. Het is bekend dat fysiek ongemak en trauma dwangmatig gedrag bij katten kan opwekken (Overall & Dunham, 2002).

Verschillen tussen de rassen
Wat betreft voorkeursmaterialen werd er één verschil gevonden tussen de rassen: Siamezen (54%) sabbelen en aten vaker wol en stof dan Birmanen (23%). Er werd geen verschil gevonden voor andere materialen zoals papier, metaal en plastic. Ook verschilden de rassen niet in de mate van sabbelen op eigen lichaamsdelen, of op dat van andere katten en/of mensen. Alle Birmanen in de studie hadden een stamboom. Van de Siamezen in de picagroep had 43% een stamboom; in de controlegroep was dit 29%.

Effect van vroegtijdig spenen in Heilige Birmanen
Normaal gesproken worden katten gespeend rond de leeftijd van 7 weken (Bateson, 2000). Voor de Birmanen was de speenleeftijd in de picagroep significant lager: 36% was gespeend vóór de leeftijd van 7 weken (versus 12% in de controlegroep). Langer zuigen bij de moederpoes kan een beschermend effect hebben gehad, waardoor het risico op het ontwikkelen van pica verlaagde.
Bij mensen is bekend dat kinderen onder de 1 jaar die geen borstvoeding (meer) krijgen, vaker aan hun duim of een speen zuigen dan kinderen die nog wél borstvoeding krijgen (Yonezu 2013). Mogelijk heeft het sabbelen op wol eenzelfde functie.

Verschillend pica gedrag start op verschillende leeftijden
Opvallend zijn de verschillende leeftijden waarop bepaalde gedragingen voor het eerst voorkwamen. De leeftijd waarop de katten beginnen met sabbelen, kauwen en/of het eten van wol en stof is verschillend voor de twee rassen (zie tabel 1). Siamezen beginnen eerder met sabbelen (gemiddeld rond de 42e week) en zowel het kauwen als het doorslikken start rond de 73e week. Bij de Heilige Birmaan is dat anders, zij starten later dan Siamezen met het sabbelen (rond de 67e week). Wanneer Birmezen op stof kauwen begint dit ook rond de 67e week maar als zij de stof en wol ook daadwerkelijk inslikken beginnen ze daar veel eerder mee, namelijk rond een leeftijd van 52 weken.

Tabel 1. Gemiddelde leeftijd ontstaan pica gedrag

RasSabbelenKauwenInslikken
Siamees42 weken73 weken72 weken
Birmaan67 weken67 weken52 weken

Conclusie
De studie van Borns-Weil laat bij beide rassen een relatie zien tussen pica en een verhoogde eetlust. Daarnaast vonden de onderzoekers een relatie tussen vroegtijdig spenen en het risico op wolzuigen maar alleen in Birmanen en niet bij Siamezen. Dat de relatie tussen speenleeftijd en pica bij de Siamezen in dit onderzoek niet werd aangetoond kan als oorzaak hebben dat de genetische predispositie voor pica groter is bij Siamezen dan bij Birmanen; hierdoor heeft het mogelijke beschermende effect van langer spenen geen effect.
De onderzoekers concluderen dat bij een aantal Siamezen in het onderzoek mogelijk een relatie met pijn en/of stress door een medisch probleem een rol kan spelen.

Wel en niet inslikken: verschillende vormen van pica?
Het sabbelen op wol lijkt met name voor te komen bij de Oosterse rassen en niet bij gewone niet-raskatten. Pica bestaat uit verschillende gedragingen: sabbelen, kauwen en inslikken. Beide studies laten zien dat sabbelen en/of kauwen niet altijd samengaat met het doorslikken van het niet-eetbare materiaal. Daarnaast laat de tweede studie zien dat de leeftijd waarop pica ontstaat verschillend is voor verschillend pica gedrag. De studie laat zien dat Birmanen die de niet-eetbare materialen doorslikken hier op een jongere leeftijd mee beginnen dan Birmanen die alleen sabbelen en kauwen. Mogelijk hebben de verschillende pica gedragingen een verschillende onderliggende oorzaak. Toekomstig onderzoek zal hier hopelijk uitsluitsel over gaan geven.

Kritische noot bij de onderzoeksmethode in beide studies

Geen van de katten in de studies is onderzocht door een dierenarts waardoor het niet duidelijk is of het gedrag een medische of gedragsmatige oorzaak heeft (of allebei). Bij beide onderzoeken werden eigenaren retrospectief bevraagd. Een consequentie van dit type onderzoek is dat eigenaren bepaalde details zijn vergeten of juist in overdreven mate herinneren (dit wordt ‘recall bias’ genoemd). Daarnaast is het niet altijd duidelijk of een kat het materiaal ook daadwerkelijk inslikt aangezien de eigenaren niet altijd aanwezig zijn. Wanneer er sprake is van een obstructie of het object is zichtbaar in de ontlasting dan is het duidelijk, maar vaak vindt men alleen een gat in een trui of een aangeknaagde pen.

Esther Bouma, bioloog en kattengedragstherapeut in opleiding

Bronartikelen

  • Demontigny-Bédard I, Beauchamp G, Bélanger M, Frank D. 2015. Characterization of pica and chewing behaviors in privately owned cats: a case-control study. Journal of Feline Medicine and Surgery.
  • Borns-Weil S, Emmanuel C, Longo J, Kini N, Barton B, Smith A, Dodman NH. 2015. A case-control study of compulsive wool-sucking in Siamese and Birman cats. Journal of Veterinary Behavior.

Referenties

  • Bateson, G., 2000. Behavioral development in the cat. In: The Domestic Cat: The Biology of Its Behavior. Cambridge University Press, p. 22
  • Bradshaw JWS, Neville PF and Sawyer D. 1997. Factors affecting pica in the domestic cat. Applied Animal Behaviour Science.
  • Horwitz & Neilson, 2007, Blackwell’s 5 minute veterinary consult, Blackwell Publishing, Chapter 51. Pica: Canine and Feline & Chapter 64, Feline Wool Sucking and Fabric Eating.
  • Overall KL, Dunham AE, 2002. Clinical features and outcomes in dogs and cats with obsessive-compulsive disorder: 126 cases (1989-2000). Journal of American Veterinary Medical Association.
  • Yonezu, T., Anano-Kojima, T., Kumazawa, K., Shiatani, S., 2013. Association between feeding methods and sucking habits: a cross-sectional study of infants in their first 18 months of life. The Bulletin of Tokyo Dental College.

Reageren is niet mogelijk